Ontevredenheid over de WWZ bij ondernemers

Het wetsvoorstel WWZ is onder meer bedoeld om het ontslagrecht eenvoudiger te maken, de kosten voor ontslag omlaag te brengen en flexwerkers een betere positie te geven. Veel ondernemers zijn echter niet blij met deze wet. Volgens een groot aantal ondernemers worden de hier genoemde doelen helemaal niet bereikt met de komst van de WWZ zoals deze nu bij de Eerste Kamer voorligt.

Eerste Kamer kritisch over Wet Werk en Zekerheid

De grootste verandering van het ontslagrecht sinds de Tweede Wereldoorlog en in elk geval sinds 1953 wordt inhoudelijk kritisch behandeld in de Eerste Kamer. Dat blijkt uit het voorlopig verslag dat op 23 april 2014 is uitgebracht door de Eerste Kamer-commissie SZW over de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Advocaten hebben kritiek op WWZ

Veel advocaten die in hun praktijk werken met het arbeidsrecht vinden de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) kwalitatief onvoldoende en pleiten voor uitstel. De Wet Werk en Zekerheid is tot stand gekomen in een zeer snel wetgevingsproces. Hierin hebben wetenschap en praktijk nauwelijks een inhoudelijke rol gespeeld. Dat heeft geleid tot een wetsvoorstel vol met onduidelijkheden en gebreken, vindt het gros van de arbeidsrechtadvocaten.

Payrollwerknemer meer beschermd

Payrolling is de laatste jaren erg in populariteit toegenomen. Onder payrolling wordt verstaan de driehoeksrelatie waarbij de payrollwerknemer werkt voor de opdrachtgever, maar formeel in dienst is bij de payrollonderneming. De payrollwerknemer geniet op dit moment – kort gezegd – zeer weinig bescherming tegen ontslag. Per 1 januari 2015 zal dit veranderen en krijgt de payrollwerknemer meer bescherming.

Behandeling wetsvoorstel Werk en Zekerheid in Eerste Kamer

Op 4 maart jl. is bekend gemaakt dat er bij de Eerste Kamer behoefte bestaat aan een inhoudelijke bespreking van het wetsvoorstel (voorbereidend onderzoek). De Eerste Kamer zal het wetsvoorstel dus niet direct afdoen als hamerstuk. De start van het voorbereidend onderzoek is nu op de agenda gezet voor 8 april a.s., dat wil zeggen voor de korte termijn. De vraag is echter of de behandeling in de Eerste Kamer snel genoeg gaat voor de eerste geplande wijzigingen, per 1 juli 2014.